Het raadsel van het niet willen weten

Door te leren van de vele incidenten die klein zijn begonnen maar uiteindelijk hebben geleid tot zware reputatieschade, of zelfs faillissement, en door gebruik te maken van de ontwikkelingen in de techniek, is het thans mogelijk dat er meldingssystemen bestaan – speak up platforms, meldprocedures, klokkenluidersregelingen, you name it – waardoor een CEO geïnformeerd kan worden over bijna alle brandende lucifers die een lont dicht begint te naderen. Een modern systeem dat zelfs MeToo situaties aan het licht kunnen brengen.
Het is een deel van mijn werk om een dergelijk systeem, ik spreek liever van platform, aan te bevelen. ‘Piece of cake’ denk je dan: zij die nog weten dat er dergelijke platforms bestaan, zullen zeker luisteren en overschakelen. Welke CEO wil nu niet graag tijdig en zoveel mogelijk signalen ontvangen dat er iets fout is gegaan, dat er iets sluimert, dat er iets is waardoor medewerksters een andere baan kiezen?
Vergeet het maar. “Wij hebben een klokkenluidersregeling. Geen belangstelling’ . Of erger nog: ‘Wij hebben een vertrouwenspersoon. Geen belangstelling.’ Een paar CEO’s bleken bereid te zijn openhartig enige tijd te besteden aan mij en mijn frustratie. En dan schrik je.
Je schrikt niet van het feit dat CEO’s ten onrechte menen dat hun ‘klokkenluidersregeling c.s.’ state of the art is. Aan hun regeling is immers aandacht besteed door HR, JZ en de Ondernemingsraad . Soms een voorbeeld van een brancheorganisatie model gestaan. Als je hen dan confronteert met ernstige tekortkomingen zoals melden via vertrouwenspersonen of compliance officers, onvoldoende waarborgen voor vertrouwelijkheid of anonimiteit, en het zware onderzoekkanon dat ook muggen moet bestrijden dan verandert het inzicht.
Maar ernstig zijn de erkenningen: ‘Ik zit niet te wachten op meldingen’. ‘Ik zeg liever dat wij drie meldingen per jaar hebben dan dat wij er 13 hebben gehad’. En: ‘Meldingen geven altijd gedoe, en daar zit ik niet op te wachten’. En de volgende deed de deur dicht: ‘Ik zal je heel eerlijk en vertrouwelijk zeggen: ik heb liever dat een dame onze dienst verlaat dan dat zij een topverkoper beschuldigt van seksuele intimidatie.’ Er zullen meer CEO’s zijn die zo denken.
Het raadsel is dus opgelost.
Ik richt mijn pijlen en vestig mijn hoop voortaan op de interne toezichthouders: de commissarissen. Zij zullen een andere afweging maken. Maar dan moeten zij zich niet het riet laten insturen door de CEO: ‘Wij hebben een goede regeling’.

Jaap ten Wolde
Adviseur Integriteit EBBEN Partners

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.